| |
 |
 |
 |
| |
Vorming en Bezinning |
|
| |
2012-02-01 |
|
| |
Vormingsprogramma van 2012
|
|
| |
|
|
|
| |
Feest vieren |
|
| |
2012-01-30 |
|
| |
De feestelingen van 2012
|
|
| |
|
|
|
| |
Flashlights |
|
| |
2011-05-14 |
|
| |
Berichten uit het Generalaat in Munster |
|
| |
|
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
|
waar staan wij
voor
 |
 |
 |
| |
Deze vraag is terecht omdat we van onze Congregatie de oudste
provincie zijn met een groot aantal zusters van boven de 80 jaar
en daarom moeten wij veel activiteiten aan anderen overlaten. |
|
| |
|
|
| |
Als we het wandkleed bekijken
dat voor het 150 jarig jubileum (in 1992) gemaakt is, zien we daarin
uitgebeeld: vanaf 1920 de groei van het aantal leden van onze provincie
en daarmee de apostolaatswerken als scholen, ziekenhuis, wijkverpleging
en bejaardenzorg. Na deze bloeiperiode daalde geleidelijk het aantal:
er kwamen geen nieuwe zusters meer bij, er gingen er alleen maar
af. |
|
| |
Het antwoord op de bovengestelde vraag is tweeledig; |
|
| |
- Op de eerste plaats zijn we verantwoordelijk
voor het geluk van de vele oudere zusters die hun leven lang
hard gewerkt hebben. Als congregatie komen we voor hen op. Hen
wordt deskundige verzorging gegeven.
Een beschermd, activerend leefklimaat, waar onderlinge contacten
zoveel
mogelijk vereenzaming moet voorkomen. Op geestelijk gebied hebben
de
ouderen een blijvende taak: ze zijn een centrum van gebed.
- Ons apostolaat naar buiten is totaal veranderd:
hadden we vroeger grote instituten die in stand gehouden moesten
worden, nu kunnen alleen afzonderlijke zusters zich inzetten,
zij aan zij met niet-religieuzen, voor de problemen van onze
tijd. Maar de belangstelling, de verbondenheid en de morele en
financiële steun voor projecten blijven.
Als vrouwelijke religieuzen hebben wij in onze charitatieve werken
steeds
grote verantwoordelijkheid gedragen en daardoor de onderdrukking
als vrouw
misschien minder sterk gevoeld. Maar we ervaren dat er in de
gezondheids-
zorg en in het onderwijs (taken van onze apostolische opdracht)
steeds meer
verzakelijking optreedt en de mens en diens belangen minder op
de voorgrond
treden, waar bezuinigd wordt zodra iets niet meer zo productief
is.
Bijstandsvrouwen, uitkeringsgerechtigden, gehandicapten en
ouderen gaan steeds meer tot de armen kant van Nederland behoren.
Als religieuzen willen we het beleid van de overheid kritisch
volgen en met
andere religieuzen onze stem laten horen.
Daar we zelf niet meer zo op de barricaden kunnen staan, ondersteunen
we jongeren, die dat nog op verschillende terreinen doen.
|
|
| |
- Zo vragen we ons telkens weer af: “Waar staan we voor?’
In de Congregatie is een Kapittel “het bevoegde
gezag”. Eens in de zes jaar komt zo’n kapittel
bij elkaar om het beleid voor de komende jaren vast te leggen.
Het Kapittel heeft al in 1987 de prioriteiten vastgesteld:
|
|
| |
- We kiezen altijd voor de armen, de “randfiguren” van
onze maatschappij. De belangrijkste groepen daarvan zijn voor
ons:
vrouwen en kinderen. Als congregatie herkennen
we ons in de
beweging binnen de SNVR (Samenwerking Nederlandse Vrouwelijke
Religieuzen) voor wie ook “het opkomen voor de vrouw” centraal
staat.
-
En we staan voor ondersteuning van de “Vernieuwing
op geestelijk gebied”. De ontwikkelingen in
de Kerk en vooral in ons Limburgs Bisdom waren van dien aard,
dat het provinciebestuur zich genoodzaakt zag te kiezen voor
een bepaald kerkbeeld, dat als volgt geformuleerd werd :
|
|
| |
“Wij volgen een kerk, die nederig is, die zoekend
durft te zijn,
pelgrimerend als Gods volk onderweg,
de pluriforme kerk,
de kerk van de armen,
als Gods woonplaats onder de mensen.”
Dit is niet zonder slag of stoot gegaan, ook binnen
de provincie leefden verschillende opvattingen. |
|
| |
Op grond van bovenstaande criteria weten we ons verbonden en
ondersteunen we financieel verschillende grotere projecten in Nederland
en daar buiten: |
|
| |
|
|
| |
|
Ga
terug |
|
|
 |