Eerste Graaf van Loonstraat 6a – 5921 JC – BLERICK

Zr. Christophori geeft een ervaringsbeeld van verzorging in een Verzorgingshuis.

Tenslotte ben ik Boxmeer terecht gekomen in het verzorgingshuis. Het gaat me daar goed. Ik heb ondertussen de leeftijd van 95 jaar bereikt. Lopen en zien gaat niet meer zo best. Toch gaat het me naar omstandigheden best goed. Ik was enige jaren geleden blij met de cassettes die ik kreeg om te kunnen luisteren naar Bruggen Bouwen van ons internationaal Tijdschift. Die artikelen waren ingesproken door medezusters en ze waren heel duidelijk. Zo bleef ik op de hoogte van het wel en wee binnen de congregatie. Ik zou anders toch veel missen, omdat ik bijna blind was geworden. Het bestuur en de oversten hebben gezorgd dat ik verschillende hulpmiddelen kreeg, die er voor zorgen dat ik geestelijk niet zou afstompen. Zo is er ook een TV in huis die alles uitzendt naar de kamers, zodat ik alles kan volgen wat er in huis gebeurt. Heerlijk is dat. Het geluid komt goed over. Ook ben ik aangesloten bij de blindenbibliotheek zodat ik helemaal bij kan blijven. Ik kan naar mooie muziek luisteren die ik op cassettes krijg.

Het is wel heel moeilijk als je van de dokter te horen krijgt: Ik kan helemaal niets meer voor u doen. U zult voortaan maar heel weinig kunnen zien. Het ging me wel aan het hart toen ik niet meer kon handwerken en naaien.

Zr. Marieni : Mijn leven in het K.V.H. St. Anna in Boxmeer.

Er is mij gevraagd hierover iets te schrijven. Na een zekere huivering wil ik het graag doen. In september 2000 zaten Zr.Francinette en ik nog in Tegelen in de Plechelmusstraat. Het was een groot huis dat we, met een keer in de week hulp van buiten, zelf onderhielden. Bovendien een grote tuin die we bij moesten houden, plus de was en de boodschappen die we moesten binnenhalen. Het werd teveel en het lukte niet meer zo goed. Na lang overleg besloten we ons bij het bestuur te melden. Na een gesprek met Zr. Johanni kwam er al snel een indicatiegesprek. Wonder boven wonder viel al vlug het besluit dat we naar Boxmeer zouden gaan. Na een afscheid van de buurt, waar Zr. Francinette zieken en bejaarden bezocht en ik nog werkzaam was in de kinderkatechese en een Bijbelgroep, en het afscheid van de parochie vertrokken we op 30 oktober 2000.

Hier in Boxmeer werden we hartelijk ontvangen en konden we rustig onze kamers inrichten. De overgang naar een grotere groep was niet altijd gemakkelijk. Het loslaten van dingen die je altijd zelf hebt gedaan, maar nu over moet laten aan anderen kost strijd! Jouw hulp en het er zijn voor anderen moet je nu ook overgeven aan anderen die nu voor jou mogen zorgen. Het is fijn als je merkt dat ze het graag voor je over hebben en dat je door jouw zijn en jouw gedrag en belangstelling voor hen, toch nog wat kunt betekenen…en dat je leven hier in St.Anna nog van belang is. Er is hier in huis een goede religieuze sfeer en er is veel afleiding. Soms zelfs zoveel dat ik wel eens denk:”Krijgen we nog wat rust”. De stilte kan dan weldadig zijn. Heel belangrijk vind ik het om positief te denken en als het wat moeilijk is te kijken naar “Wat kan ik nog wel?”. Vooral niet bij de pakken neer gaan zitten, maar afleiding zoeken en dingen bespreekbaar maken als het kan. Dan is het hier goed toeven en kunnen we blijde mensen zijn.

Zuster M. Jeannette over “ouder worden”.

Nu ik ouder word, moet ik steeds meer loslaten, bijvoorbeeld mensen die er niet meer zijn. Ook hoor ik niet meer zo goed en ben ik eerder moe. Dingen die ik vroeger makkelijk kon doen, liggen nu veel moeilijker, maar dat heeft niet alleen te maken met ouder worden maar vooral met mijn lichamelijke toestand.
Ouder worden en zelfstandig wonen betekent in mijn geval: wonen met medezusters die zelf ook met beperkingen te maken hebben. Ik moet anderen toelaten voor hulp o.a. van het Groene Kruis. In een verzorgingshuis wonen is anders dan thuis ouder worden. De bewoners daar zitten allemaal in een soortgelijke situatie; ieder heeft zijn of haar eigen beperkingen.

In beide gevallen kan ik geen hulp van medebewoners verwachten, thuis niet en in een verzorgingshuis niet. Ik heb er moeite mee hulp te vragen maar niet om die te accepteren. Leidsters, personeel en de zorgbegeleidster geven me de nodige mantelzorg, die ik als weldadig ervaar. Wel ben ik mijn zelfstandigheid een beetje kwijtgeraakt. Gelukkig zijn er nog veel dingen die ik zelf wel kan doen. Ontspanningsmogelijkheden heb ik voldoende: puzzelen, knutselen en lezen. Ook contacten zijn er voldoende. De familie woont wel een beetje ver weg en ook de oud-collega’s zie ik maar af en toe. Op zaterdag ga ik scrabbelen met twee dames. Verder doe ik graag de kleine boodschappen en ga er met de rollater of de scootmobiel op uit. Dat is tevens therapie. Mijn medezusters ontmoet ik aan tafel, bij de koffie en in de kapel.

Zr. Nicolette: Er was eens een tijd……..!

Leven met medezusters in een grotere groep was altijd heel gezellig. Altijd was er wat te vertellen bijvoorbeeld over je werk, school en kinderen. Samen bidden en zingen en in een zangles nieuwe liedjes leren! Zr. Antoine had de gave om teksten en melodieën te maken die erg gewaardeerd werden en worden, want we zingen ze nu ook nog wel, al klonk het in een grote groep heel anders dan nu in een kleine. Het was gewoon anders toen. Je moest ook rekening houden met de anderen, het was geven en nemen, je groeide wel, soms met pijn. Ik kijk er met een blij gevoel op terug.
Tot op een gegeven ogenblik ik afscheid moest nemen van mijn werk vanwege pensionering. Ik kreeg een heel andere taak, gelukkig beviel dat heel goed. Werken met liturgiebroepen en zorgen voor de kapel als kosteres. Ja dat verrijkte en verdiepte me. Het was een hele teleurstelling dat ik kwalen en kwaaltjes kreeg en ook dit alles moest neerleggen.

Nu kan ik zeggen: “Er was een tijd…..”. Een tijd van actief bezig zijn – zelfstandigheid- naar een hulpbehoevendheid die steeds erger werd. Bovendien viel ik en had meer hulp nodig dan ik in de groep kon krijgen. Er werd naar een oplossing gezocht en dat werd een opname. Wat was het schrikken toen de huisarts zei dat het de enige mogelijkheid voor me was. Er is dus heel wat gebeurd en strijd gevoerd. Na de opname in het verzorgingshuis ging het toch achteruit. Daar wonen ook meer zusters van onze congregatie en van verschillende andere congregaties en orden. Het is een groot huis. Ik kreeg een gezellige kamer en veel hulp, een heel goede verzorging. En ik heb nog hobby’s en natuurlijk TV. Ook nu zit ik in een kleine, rustige en stille groep. Ik voel me hier op mijn plek, ik kan mijn eigen leven indelen en de druk is weg.

Zr. M. Antonine vertelt over verhuizen en loslaten.

Het St. Annaklooster gaat dicht, dus dat betekent loslaten van je vertrouwde omgeving waar je ruim 20 jaar geleefd hebt. Wat nu? Waar gaat de nieuwe weg naar toe?? Ik mocht zelf kiezen, maar dat was niet eenvoudig op de leeftijd van 84 jaar. Wat zal het zijn en welke weg?

Zo ben ik een hele tijd bezig geweest in mijn gedachten, in mijn gebed en met vertrouwen in de Goddelijke Voorzienigheid. Het was wikken en wegen. De leeftijd speelde ook een rol mee, “Hoelang kan ik zo nog verder?” Naar Blerick waar ik zelf de weg en afleiding moet zoeken of naar Boxmeer waar zo van alles te doen is voor afleiding?

De weg naar Boxmeer sprak mij meer aan en deze keuze gaf mij ook rust. Dus werd besloten : “Eind juni verhuizen.” De voorbereiding begon met alles te nummeren, in te pakken, en te beslissen: “Wat neem ik mee, en wat niet?” Dit was al een stuk loslaten. 26 Augustus zou de verhuiswagen komen, alles werd ingepakt en wegwezen, ook ikzelf ging met zr.Magdalien mee naar Boxmeer. Wat er toen in mijzelf gebeurde weet ik niet. Ik kreeg een heel raar en onrustig gevoel in mij, toen voelde ik echt waarvoor ik gekozen had.

Daar aangekomen stond de kamer vol dozen en spullen. Door de hulp van zr.Magdalien,Marian, Reggie en mijzelf was alles gauw opgeruimd. ‘s Avonds kon ik een beetje tot rust komen, ik had een heel raar gevoel: “Nu zit ik hier, hoe zal het gaan ?” Gelukkig was er een medezuster die zich over mij ontfermde en ik dacht: “Laat het gebeuren, de Voorzienigheid is er ook nog voor mij” Ik wist dat het voor 4 dagen was, want daarna ging ik 8 dagen in retraite. De retraite gaf wel een beetje rust maar de gemengde gevoelens bleven nog, want na de retraite was de weg weer terug naar het Annaklooster. Daar middageten en afscheid nemen van het personeel. Begeleid door zr.Veronique en zr.Cornelia vertrok ik weer naar Boxmeer en nu was het voorgoed. Het was 8 september 2015 .

In het begin was het wennen met de medezusters, de wegen, de omgeving enz… Door mijn inzet en de gedachte: “Laat het gebeuren, en heb vertrouwen in de Voorzienigheid” is het mij gelukt om mij thuis te voelen en mij aan te sluiten bij de activiteiten die er zijn voor de bewoners. Achteraf heb ik mij meer zorgen gemaakt dan misschien nodig was, maar nu voel ik mij weer thuis, een nieuwe weg! Het leven is wel anders geworden: Eerst…. het werk werd je opgelegd, je droeg de verantwoording mee voor het Annaklooster. Nu…. mag ik zelf kiezen en invullen wat de dag brengt, meer ontspanning, rust, en vrijheid … Het lukt mij al aardig om hier een weg in te vinden, en ik vind het ook fijn.

Dus het gaat mij goed, mijn dank voor alles.  Zr.Antonine.