Eerste Graaf van Loonstraat 6a – 5921 JC – BLERICK


Citaat uit haar ingezonden stukken, waarin zij reflecteert op: een steentje bijdragen, de mooiste tijd van mijn leven en wat is de Voorzienigheid voor mij.
 Verschillende jaren ben ik in het ziekenhuis in Tegelen werkzaam geweest. De twee laatste jaren in het ziekenhuis, dat waren mijn mooiste jaren. Het werk op de afdelingskeuken ging me heel goed af. De medewerkers van toen merkten dat goed op en lieten dat blijken ook. Zelfs enkele doktoren beseften dat ik daar mijn “mannetje” kon staan en die staken dat ook niet onder stoelen en banken. Als ik zoiets dan terug hoorde, dan deed me dat best goed.In die tijd kon ik herhaaldelijk een luisterend oor zijn voor patiënten. Och, wat kon ik antwoorden op hun noden? Niets toch, vond ik. Maar zij zeiden tegen me: Het heeft me zo opgelucht, dat ik dat heb kunnen zeggen. Dank u, dat u geluisterd hebt naar mij. Wat kon ik verder nog? Dit: hun noden meedragen in mijn hart en in mijn gebeden. Dat heb ik die patiënten dan ook gezegd en die vonden dat fijn.Mijn leerling-medewerksters op de afdelingskeuken kon ik bemoedigen, aanmoedigen wat goeds in hen zien. Er zijn er beslist die ik daarmee een stuk verder heb geholpen. Ook de leerling verplegers en verpleegsters wilden soms best even een praatje met me maken. Ze hebben ook wel eens wat van mij geleerd.Het volgende voorvalletje schiet me nu te binnen. Op een bepaald ogenblik sprak een leerling verpleger mij aldus aan: “ Zuster u hebt het toch maar gemakkelijk.” Een beetje verbaasd vroeg ik hem: “Hoe bedoel je dat?” Hij zei: “ Wel, ik zie u zo dikwijls naar de kapel gaan, maar kort meestal. U kunt daar dan toch tegen iemand zeggen, wat u op het hart ligt”. Dat antwoord maakte me stil en nadenkend. Toen zei ik: “ Jij hebt gelijk, maar wat let jou om dat ook eens te proberen? Het kan heel kort, kan zelfs in de deuropening van de kapel of zelfs in het voorbijlopen.”  Ik heb opgemerkt, dat deze leerling die raad eens opvolgde en er waren er meer, die wel eens de kapel in glipten. Als ik aan die mooie dingen terugdenk, dan word ik echt blij en krijg het gevoel, dat ik wel een steentje heb bijgedragen. En de Voorzienigheid in mijn leven? O, ja, die heeft hard gewerkt ook juist in de moeilijke periodes. Die moeilijkheden hebben mij doen begrijpen, dat je mensen kansen moet toespelen om zichzelf te ontplooien, dat je vertrouwen en geduld moet hebben in en met hen. Ik ben de Voorzienigheid zeer dankbaar.