Eerste Graaf van Loonstraat 6a – 5921 JC – BLERICK

Zr.Magdelena kwam in 1981 terug uit Aruba. Het was moeilijk om weer te passen in de Nederlandse maatschappij en ook in de kloostergemeenschap. In 1988 vroeg het Provinciaal Bestuur zusters die in Wijbosch wilden gaan wonen om in Huize Barbara de zusters van de Congregatie die daar verpleegd werden bij te staan. Zr.Magdelena meldde zich aan.

“We waren met 5 zusters die zich hadden aangemeld . Zr.Ludgeri ging het naai- en verstelwerk doen voor de zusters, Zr.M.Joséph en ik gingen vrijwilligerswerk doen, Zr.Johanna zorgde in ons huis op de Acaciastraat voor het eten en deed nog andere werkzaamheden. Zr.Maria werkte eerst ook als vrijwilligster en later was ze in het Bestuur van de Congregatie. Onze taken waren zo verdeeld, maar we werkten ook samen. Mijn werk bestond eruit de mensen te helpen die in de huiskamer zaten, koffie en thee schenken, helpen met eten, fruit schillen, spelletjes doen. We waren er niet alleen voor onze eigen zusters maar ook voor de zusters van andere Congregaties. Ook gingen we vaak in de tuin wandelen met de zusters, dan eens met deze dan weer met die. Er zíjn voor de zieke en bejaarde medemens vond ik fijn. Ik heb dit werk altijd met veel plezier gedaan, het was, na Aruba, de mooiste tijd uit mijn leven. We hadden een gezellig thuis in de Acaciastraat , daar konden we goed samen praten over de problemen die zich ook wel eens voordeden. Ook het contact met leken vrijwilligsters verliep goed.
Vaak moesten we waken bij een zieken of stervende. Ik had er moeite mee dat je niets voor deze mensen kon doen. Je zat er maar wat bij. Ja je kon wel bidden en zingen of voorlezen, en dat deed ik ook maar zo echt wat doen met je handen, kon je niet. Dokter Plaisier zei altijd:”Het is voldoende als je erbij bent, de ander niet alleen laat.”
Thuis in de Acaciastraat was ook zorg nodig, toen zuster Maria ziek werd. Ik ging altijd met Zr.Maria mee naar de artsen en het ziekenhuis. Dat was een moeilijke periode die veel van ons allen heeft gevraagd. Samen hebben we veel voor haar mogen betekenen. Als je over mantelzorg praat dan was dat het wel . Ze is gelukkig thuis gestorven, ze wilde dat ook graag en wij hebben het kunnen realiseren.  
Waar ik nog blij en dankbaar voor ben is het afscheid wat men mij bereid heeft toen ik naar Boxmeer verhuisde. Iedereen was vol belangstelling, ik heb toen echte waardering gevoeld. Het doet mij nog goed om eraan terug te denken. Ik was er kind aan huis en kende iedereen.”