Eerste Graaf van Loonstraat 6a – 5921 JC – BLERICK

Als we naar onze geschiedenis kijken vanaf 1876 kunnen we terugzien op een rijk verleden en mogen we zeggen dat er veel moois tot stand is gebracht . Metz, een Duits theoloog zegt “De geest waait waar Hij wil en zolang Hij wil”. Dat we geen  recht hebben op eeuwigheidswaarde is ons intussen wel bekend. Enkele zusters hebben in het verleden een naam verworven die nog lang zal blijven bestaan. Een aantal straatnamen zijn naar hen genoemd in de dorpen waar zij als zusters werkzaam waren.


Zr. Felicité Hermans was hoofd van de meisjesschool en huisoverste gedurende de oorlogsjaren 1942-1945. Zij heeft voor de bevolking van Lierop veel betekend. Ze hielp de mannen die ondergedoken zaten in de bossen van Lierop en de mensen die in het verzet zaten. Ze was dag en nacht voor hen in de weer. De school had er soms onder te lijden.

       

 


Zr. Merita Miethe was van 1942-1964 werkzaam als wijkverpleegster in Helden en Panningen. In die jaren heeft ze veel zieken en bejaarden bezocht. Ze leerde de bevolking daardoor kennen en de mensen waardeerden haar voor haar tomeloze inzet. Dat dit gewaardeerd werd door de bevolking is  vastgelegd in deze straatnaam.

   


 

Zr. Irmberta Flepsen was van 1915-1926 als kleuterleidster in Helden werkzaam. Ook zij werd door de moeders gewaardeerd en kreeg eveneens een straat naar haar vernoemd. In die tijd waren er nog klassen van meer dan 40 leerlingen.

       


Zr. Hildegondis Boonen was van 1931-1947 gestationeerd  in het St. Josephklooster in Venray. Als overste tijdens de oorlogsjaren vonden de Franciscanen, meerdere onderduikers en de bewoners van Venray een schuilplek in het klooster. De vele bombardementen maakten daar een einde aan. Met de zusters, kinderen en vrouwen met een psychische beperking moest ze evacueren naar Gent in België. Als eerste keerde ze weer terug naar het klooster, dat zwaar getroffen was, om orde op zaken te stellen en met de wederopbouw te beginnen. In 1994 werd het klooster met bijbehorende grond verkocht en na 2000 werden daarop door de gemeente seniorenwoningen op gebouwd. Een van deze hofjes kreeg de naam van zr. Hildegondis omdat zij door haar optreden in de oorlogsjaren zoveel voor de bevolking had betekend.

   


Bijna 80 jaar, 1906-1985, zijn onze zusters werkzaam geweest in Maasbree. Vooral in de kleuterschool, in de meisjesschool, die later een gemengde school werd voor jongens en meisjes, en de wijk. In de oorlogsjaren vonden onze zusters uit Blerick en meerdere onderduikers en bewoners van het dorp er een veilige plek. Zr. Theodate Simissen was de laatste overste die tevens aan de school verbonden was. Dat de zusters een centrale plek hadden in Maasbree blijkt uit de naamgeving die nu vermeld staat op het grondstuk van de voormalige kloostertuin waarop woningen werden gebouwd.

 


Toen in 1994 in Steyl het St. Josephklooster met bijbehorend grondstuk was verkocht, werden er ruim 100 woningen en apartementen op dit terrein gebouwd. Door de laatste bewoners zr. Bernardino en zr. M. Catharine werden het kerkhof en de bospaden nog lange tijd bijgehouden. Bij vertrek in 2007 naar Boxmeer hebben de nieuwe bewoners van dit kloosterterrein een laantje naar hen vernoemd.

 


Zuster Hélène Gerdelmann was van 1940-1946 woonachtig als keukenzuster in Huize St. Joseph in Lent. Van september 1944 tot mei 1945 maakte Lent met de rest van de Betuwe deel uit van de frontlinie tussen de geallieerden en de Duitsers die ontstaan was na het mislukken van operatie Market Garden in september 1944. Het gebied tussen de Waal en de Rijn kwam onder water te staan nadat de Rijndijk was doorgestoken. Bijna alle vrouwen en kinderen werden geëvacueerd. Huize Lent werd een toevluchtsoord voor de achtergebleven mannen. En het werd toen bekend als het ‘Manneneiland’ .
Zuster Hélène was de kok van de zogenaamde ‘Lentse keuken’. Zij stuurde een aantal mannen aan om te zorgen voor vlees en groenten. Omdat de keuken voor Engelse militairen naast het klooster lag, had zij (als Duitse zuster die geen woord Engels sprak) regelmatig contact met de Engelse soldaten. Zij ruilde van alles met ze en ving ze op als ze moe en smerig van het front kwamen. Ze bouwde een band met hen op, die zelfs na de oorlog bleef bestaan. De gemeente wil haar een straatnaam geven in een nieuw te bouwen woongebied.


Dat Gods Voorzienigheid zijn doorwerking heeft gehad is hiermee bevestigd. Deze straatnamen zijn een blijvende getuigenis van de menslievendheid waarmee de zusters met de mensen omgingen.