Eerste Graaf van Loonstraat 6a – 5921 JC – BLERICK

Kleuteronderwijs.

De zusters waren in 1876 naar Blerick gekomen en 1 jaar later werd begonnen met kleuteropvang. Je kunt niet zeggen kleuterschool, want er werd een oud kaal magazijn beschikbaar gesteld om de kleinere kinderen op te vangen. het werd dan ook kleinkinderopvang genoemd. Toch waren de ouders en de zusters blij met deze opvang.

Er kwamen de eerste jaren tussen de 100 en de 200 kleuters in de leeftijd van 2 tot 6 jaar. Er was één zuster voor de hele groep. Wat moet er een fantasie nodig geweest zijn om deze peuters en kleuters bezig te houden! Maar ook geduld en moed!
Soms waren er twee zusters beschikbaar en maar af en toe werd er gewisseld als er ergens anders een zuster nodig was; dit bepaalde Moeder Overste.
Het gebouwtje was in slechte staat, het was er benauwd en er was nauwelijks meubilair aanwezig. Wat was het “peil” van dit onderwijs? Deze periode duurde 20 jaar van 1 april 1877 tot 1897 en was het begin van het tegenwoordige kleuteronderwijs.
In de statistieken staat hoeveel kinderen er waren en hoeveel leidsters van 1882 tot1954. In het jaar 1900 waren er 220 kinderen en 2 leidsters, om maar een voorbeeld te noemen .
In 1897 braken er andere tijden aan. In de nieuwe vleugel van het klooster werden twee lokalen bestemd voor de ‘Bewaarschool’ en werd een tweede leidster benoemd en wat later een derde. Er waren toen 187 kinderen. Er waren geen richtlijnen, die kwamen pas in de jaren’ 30. De zusters van Liefde in Venlo zijn begonnen met een opleiding voor kleuterleidsters waar men voor akte A en B kon studeren. In 1956 kwam er een wet voor het kleuteronderwijs en werd de onderwijsakte verplicht. Er kwam toen subsidie en de leidsters kregen een salaris. Dit kwam de “kleinkinderopvang” en de bewaarschool ten goede. Voortaan heette het ‘kleuterschool’ en ook nog een korte periode Fröbelschool. Er werden kleuterscholen gebouwd en er kwam meubilair met voldoende ruimte omde materialen op te bergen en voor de kinderen om te spelen.
Er kwamen methodes en materialen ter beschikking als voorbereiding op de lagere school. Er moest gewerkt worden volgens een door de inspectie goed te keuren speel-werkplan. De kinderen leerden algemene gedragsregels en omgaan met andere kinderen. De aantallen in de groepen waren nu rond de 50 kinderen per leidster. In 1985 werd de kleuterschool opgeheven en werd met de Lagere school één, de zgn. Basisschool voor kinderen van 4 tot 12 jaar.

Lager onderwijs

Sinds de vestiging in Nederland hebben veel zusters in het onderwijs gewerkt:
In de Lagere school in Blerick, Venlo en Tegelen maar ook in veel andere plaatsen in Nederland: Steyl, America, Helden, Maasbree, Maasniel, Neer, Oirlo, Ottersum, Sevenum, Spekholzerheide, Terwinselen, Velden, Bergharen, Lierop, Arnhem, Utrecht, Amsterdam. Ook op Aruba werkten zij o.a. in het lager onderwijs..
De zusters hebben zich met hart en ziel ingezet voor jeugd en onderwijs. Daarbij volgden ze ook de vele ontwikkelingen In de onderwijswereld.
Hieronder volgt de beschrijving van enkele zusters die in het lager onderwijs werkzaam waren.

Op 20-jarige leeftijd was Zr. Marianne Hendriks ingetreden en werd al gauw te werk gesteld in het onderwijs. Ze is 40 jaar in het lager onderwijs werkzaam geweest. Daarvan was ze de laatste 12 jaar hoofd van de school. Bij het verlaten van de school kon ze eigenlijk nog niet geloven dat het toen afgelopen was. Ze had al die 40 jaren met veel plezier voor de klas gestaan. Toen ze op haar 65ste stopte, was dat dan ook niet omdat ze er geen zin meer in had, maar omdat het moest van de minister. Ze verklaarde zelf dat ze vooral in Blerick fantastisch had gewerkt in een fijn team docenten en met een aantal actieve ouders. Na haar pensionering ging ze eerst een tijdje op vakantie om wat aan de nieuwe situatie te wennen. Daarna wilde ze mee het documentatie-centrum van de school op poten zetten. Het schoolteam wilde haar daar graag bij inschakelen. Met de vernieuwingen in school had Zr. Marianne geen moeite gehad; ze vond die juist boeiend. Wel had ze de laatste tijd wat moeite met al die vergaderingen, soms twee op een avond. Alles bij elkaar had ze er nooit spijt van gehad in het onderwijs terecht gekomen te zijn.

Zr. Henriëtte Tetzlach was geboren in Duitsland, maar kwam naar Nederland omdat het haar wens was onderwijzeres te worden. In Duitsland waren alle kweekscholen overbezet. Via een kennis die reeds in Blerick aan de studie was, hoorde ze over de mogelijkheden daar. Ze maakte er werk van en thuis hadden ze geen bezwaar.
In Blerick begon ook de vlam voor het religieuze leven aan te wakkeren en in 1921 trad ze te Steyl in. Binnen haar religieuze leven is het onderwijs centraal blijven staan. Ze hield van de kinderen en kon ook moeilijk buiten. Gelukkig heeft ze veel jaren van het onderwijs mogen genieten. 40 Jaar was ze op verschillende plaatsen werkzaam in school. Het was haar gouden tijd. Ze heeft zich met liefde voor haar werk ingezet en ze was er dankbaar voor.

Zr. Francina Derksen volgde in Venlo een cursus Spaans, waarna ze met die taal goed uit de voeten kon. Het volgen van die cursus was voor Zr. Francina belangrijk in verband met lesgeven aan Spaanse kinderen in Venray.
Spaanse leerlingen van Venrayse scholen hadden nogal wat moeilijkheden met de lessen op school. Ook de ouders van die leerlingen konden zich moeilijk bedienen van het Nederlands. Het gevolg was dat Zr. Francina nogal met gebarentaal moest werken. Ze moest handen en voeten gebruiken om de conversatie met die ouders levendig te houden. Zr. Francina had daarvóór al 42 jaar in het onderwijs gewerkt, waarvan 9 jaar als hoofd van de Antoniusschool in Blerick. Hier op de foto is zij actief in Amsterdam.

Zr. Angèle Bodelier stond van haar 39 jaar onderwijzeres zijn maar liefst 21 jaar voor de klas in Sevenum. In 1937 slaagde zij als onderwijzeres en begon haar onderwijsloopbaan in Neer. Daarna was ze achtereenvolgens actief in Horst-America, Blerick, Sevenum, Tegelen en opnieuw Sevenum. In de Sevenumse periode hebben ongeveer 750 kinderen bij haar in de klas gezeten.

Zr. Marieni v.d. Brule vertelt:
Mijn tijd in het onderwijs
Er is mij gevraagd om iets te schrijven over de tijd dat ik in school stond. Ik doe dit met plezier, want het is een heel mooie tijd geweest, midden tussen de jeugd. Alles bij elkaar heb ik ongeveer 35 jaar les gegeven in ongeveer 10 plaatsen in 12 verschillende scholen.

Alle klassen heb ik gehad, van 1 t/m 6, in dorpen en steden.
Het was vaak een groot verschil wat betreft interesse en mentaliteit.
In de oorlogsjaren was ik in Horst-America. Toen we van de evacuatie terugkwamen, was de school zo beschadigd dat we er niet in konden. Ik heb toen bij mensen thuis les gegeven. Op de klompen ging ik ernaar toe, want we moesten zuinig zijn op onze schoenen. In de school was geen elektrisch licht en toen ik op een avond nog wat zat te werken in het halfdonker, kwam opeens een vader binnengestapt die boos was omdat hij een boete had gekregen omdat hij zijn dochter thuis gehouden had om aardappelen te rapen. Na even met hem gepraat te hebben, zei hij heel nuchter:
“Och zuster, voor die f 2.50 kan ik haar nog wel een paar weken thuishouden.”
Behalve het lesgeven moest ik ook zelf de school poetsen. Het waren maar drie klassen, maar met van die ruwe houten vloeren, dus. …
In Venray op het internaat was het heel anders. De meeste leerlingen waren voogdijkinderen, die vaak ook nog een leerachterstand hadden, maar heel aanhankelijk waren.
In Tegelen kreeg ik de tweede klas met kinderen van allerlei pluimage, van woonwagenjeugd, die soms de kauwgom die anderen in de vuilnisbak gooiden er weer uithaalden en weer in de mond staken, tot gewone burgerjeugd.
Na een half jaar was het weer verkassen om voor BLO te gaan studeren. Op naar de mijnwerkerskinderen. Weer een heel ander slag met andere collega’s en andere methodes. Maar best een leuke tijd, waarin ik ook heel wat heb beleefd, teveel om allemaal te vertellen.
Vandaar naar de domstad Utrecht. Wat een schrik toen we daar aankwamen. Ik verwachtte een heldere klas, maar o jee, de muren waren donkerbruin geschilderd en de deuren donkergroen. En daarbij heel hoge ramen; triester kon het echt niet. Bovendien, bijna niet te geloven, er waren nog leesboeken met oude spelling en atlassen die bijna uit elkaar vielen. Waar was al het geld gebleven? We hebben daar samen heel wat moeten vernieuwen; de kinderen waren er echter heel leuk. Op de eerste dag zei een moeder tegen me: “Zuster, het is toch zo’n lekker varken”. Dat hebben we geweten, het was een echte rakker, maar ook een heel leuke meid.
In een van die jaren hoefden de leerlingen pas met 1 januari 6 jaar te zijn. Dat was niet leuk, want verschillende meisjes waren nog echt niet schoolrijp; met alle gevolgen van dien.
Van daaruit weer naar de mijnwerkers. Als de kinderen op de speelplaats onder elkaar praatten, verstond ik er niets van, tot ik tot de ontdekking kwam dat het half Duits was. Ik zou dat jaar met de klas 5 en 6 overgaan, maar het lot besliste anders.
Op naar Arnhem. Er was me gezegd dat ik een klasje kreeg met 24 leerlingen, maar wat een schrik, het waren er 53. Twee klassen waren samengevoegd. Een ervan was goed op niveau, maar in de andere werd veel toneel gespeeld. Telkens kwam dan ook de vraag: “Zuster, wanneer gaan we toneelspelen?” Antwoord: “Zo gauw als jullie allemaal de tafels tot 10 kennen”. Dat was me wat. Toch heb ik ook daar bijna 14 jaar met heel veel plezier gewerkt; 13 jaar in de Mariaschool en nog een jaar in de Frater Andreasschool omdat de meisjesschool was opgeheven. Tenslotte nog 5 jaar in Venlo-zuid waarvan het laatste jaar me nog vers in het geheugen ligt. Daar had ik een paar echte boefjes uit zwak-sociale gezinnen. Als je ze eenmaal gewonnen had, waren het “schatten” en gingen ze voor je door het vuur. Na 5 jaar moest ik om gezondheidsredenen uit het werk. Helaas, want de kinderen, overal, waren me zeer dierbaar!!
Ik zou er haast een boek over kunnen schrijven.
De overgang naar kantoorwerk was dan ook erg groot.
Door alle verplaatsingen heb ik wel geleerd “los te laten” en mezelf aan te passen al was het niet altijd gemakkelijk.

Zr. Aniëla

Na haar lyceumopleiding trad Zr. Aniëla op 20-jarige leeftijd in bij de Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid. Voor de opleiding tot onderwijzeres werd ze vanuit Duitsland naar Nederland gestuurd. Daar is ze als zodanig ook in enkele scholen in Noord-Limburg actief geweest.
In 1937 mocht ze naar de missie in Nederlands Oost Indië. Ze heeft daar eveneens voor de klas gestaan en in een weeshuis gewerkt.
Na haar missie-periode is ze in Nederland weer in het onderwijs terecht gekomen.
In 2001 bereikte ze haar 100ste verjaardag en in 2005 is ze overleden in Huize Vroenhof in Houthem.

Zr. M. Hyacinth

Ze is eerst in de kleuterschool werkzaam geweest. Een bezwaar was dat ze niet kon zingen, maar ze was ook meer geschikt voor hogere klassen . Toen zou ze naar de opleiding in het Landbouwonderwijs gaan, die cursus ging om bepaalde redenen niet door en zo kwam ze tenslotte in het basisonderwijs terecht. Op verschillende plaatsen is ze geweest, maar haar glorieperiode was in Aruba. Daarover kan ze veel vertellen. Ze was hoofd van het Philomena College. Ze werkte er heel hard, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. De school was alles voor haar. Ze werd door docenten en leerlingen op handen gedragen. Ze werd vaak geprezen om de goede resultaten die ze met de leerlingen behaalde, die waren altijd heel goed voorbereid op de vogende stap. Toen ze uit Aruba terugkwam omdat de congregatie onvoldoende zusters voor dit werk had, was ze in de provincie actief als econome. Het was een grote overgang voor haar en Aruba bleef ze altijd missen. In Boxmeer in huize St.Anna las ze nog bij enkele zusters die dat niet meer zelf konden, uit de krant voor en als de zusters dat vroegen, ook brieven.